You are on Medair Nederland  Medair is also available in your country
Visit Medair Verenigde Staten

Voor Syrische vluchtelingen in Jordanië kan gezondheidszorg onbetaalbaar zijn. Om vluchtelingenfamilies en kwetsbare Jordaniërs te ondersteunen, betalen we een deel van de kosten voor acute medische ingrepen. Vaak gaat het om moeders en kinderen.  

Soms kunnen onze gezondheidsteams kinderen en ouders die weer beter zijn naar huis sturen, terug naar hun familie. In andere gevallen, zoals bij Farhana (37 jaar), kunnen we alleen maar helpen om het verlies van een dierbaar familielid te dragen.

,,In 2012 is mijn familie uit Syrië gevlucht. Onze stad werd aangevallen en we moesten maandenlang van de ene plaats naar de andere verkassen. Maar we voelden ons nergens meer veilig, dus zijn mijn man en ik met onze twee kinderen naar Jordanië gevlucht. De kinderen waren toen negen en elf jaar.

Het was niet gemakkelijk om Jordanië te bereiken. We zaten met veel andere families op een vrachtwagen, maar die zat zo vol met kinderen, dat we op een bepaald moment zijn uitgestapt en verder zijn gaan lopen. Het was niet veilig langs de weg en onze kinderen huilden steeds en maakten lawaai. We hebben alles geprobeerd om ze rustig te krijgen. Na drie dagen bereikten we de Jordaanse grens.

Eerst werden we naar een vluchtelingenkamp gestuurd. Daar bleven we twee dagen. Het kamp was slecht georganiseerd en vies. We gingen daar weg en vonden een appartement in een andere plaats.

In 2015 werd mijn dochter Sham geboren. Haar grote broer en zus waren te oud om met haar te spelen en ze bleef maar vragen om een babybroertje. Twee jaar later werd ik zwanger en in 2017 kreeg ik een jongetje.

De bevalling was heel moeilijk. De baby werd te vroeg geboren en moest met een keizersnee gehaald worden. Mohammed moest twee weken in het ziekenhuis blijven. Toen we met hem thuis kwamen, ontdekten we dat er iets niet goed was met zijn rug. Daarom zijn we met hem teruggegaan naar het ziekenhuis. We hoorden toen dat hij spina bifida had.

Een week later werd hij geopereerd. Maar daarmee was het probleem niet weg en we zijn met hem naar veel andere dokters gegaan. Elke dokter zei wat anders. We wisten ons geen raad. Het ging met de dag slechter met Mohammed. Steeds moest hij weer naar het ziekenhuis. Toen hij twee maanden oud was, was hij nog maar twee dagen thuis geweest.

Ik bleef zo veel mogelijk bij Mohammed in het ziekenhuis, maar soms moest ik ook voor mijn andere kinderen zorgen. Op een keer werd ik gebeld door het ziekenhuis, ze zeiden dat ik zo snel mogelijk moest komen. Ik vroeg of er iets mis was. De persoon die me belde, zei dat Mohammed moe was.

Het leek alsof het 1.000 kilometer was naar het ziekenhuis, hoewel het vlakbij was. In het ziekenhuis aangekomen, rende ik naar Mohammeds bed. Het was leeg. Ik viel op de grond en huilde. Mijn zoon Mohammed had maar twee maanden en acht dagen geleefd. De laatste dagen van zijn leven lag hij op de intensive care.

Na zijn overlijden moesten we de ziekenhuisrekening betalen. We kregen hulp van de vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR), maar het was nog steeds meer dan we konden betalen. Toen Medair ons verhaal hoorde, hebben ze de rest van de rekening betaald. Ik ben zo dankbaar voor de hulp.

Tegelijk hebben we allemaal zo veel verdriet. Sham vraagt nog steeds naar Mohammed, ze begrijpt niet wat er gebeurd is. Het was heel zwaar voor ons allemaal.

Mijn enige wens is nu dat ik veilig terug kan gaan naar Syrië. Ik hoop dat we met ons gezin kunnen terugkeren.


Het werk van Medair in Syrië wordt ondersteund door de Europese Civiele Bescherming en kantoor, EU Madad Fund, het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden van de VN, het Zwitserse Bureau voor Ontwikkeling en Samenwerking, Swiss Solidarity en gulle giften van particuliere donateurs.

Voor deze inhoud is gebruik gemaakt van informatie van Medair-medewerkers in het veld en op het global support office. De zienswijzen in dit bericht vallen onder de verantwoordelijkheid van Medair en dienen op geen enkele wijze beschouwd te worden als de officiële opvatting van enige andere organisatie.